Lezen: Johannes 9
Beste Johannes,
Mensen na jou hebben jouw tekst ingedeeld in hoofdstukken en verzen. Dat is handig voor zoeken en verwijzen, maar het gevaar is dat we je tekst heel gefragmenteerd gaan lezen en dat we de onderlinge verbanden gaan missen.
Je sluit het vorige deel af met de opmerking dat Jezus ongemerkt de tempel verliet en je volgende zin is: “Jezus liep verder en zag een man die al sedert zijn geboorte blind was.” Ik weet niet of je dit om verteltechnische redenen zo gedaan hebt, maar het valt me nu pas op. Jezus veroorzaakt commotie, vertrekt onder de radar en duikt direct buiten ergens weer op alsof er niets gebeurd is. Volgende patiënt!
En het woord patiënt is hier wel op z’n plaats. Een man die al vanaf zijn geboorte blind was. Niet kunnen zien was voor hem dus ‘gewoon’. En alsof dat al niet erg genoeg is, komt daar nog eens een bizarre schuldvraag bovenop: Hoe komt het dat deze man door dit lot getroffen is en wie is dat eigenlijk te verwijten?
Absurde vraag, zouden wij zeggen. Natuurlijk kan die man daar helemaal niets aan doen, kom op zeg! Maar zo vanzelfsprekend was dat in jouw dagen niet en ook in onze tijd zijn er mensen die slordig omgaan met zulke gevoelige zaken. Ik ben zo blij met het duidelijke antwoord van onze Heer:
“Het heeft niets te maken met zijn zonden of die van zijn ouders. Maar door hem van zijn blindheid te genezen, toont God zijn macht.”
Johannes, wij vragen heel snel in een reflex: WAAROM? Een veel betere, op de toekomst gerichte vraag zou beginnen met: WAARTOE? Jezus geeft geen aandacht aan de oorzaak (misschien had de man gewoon domme pech?) maar richt zich op wat staat te gebeuren: God toont zijn macht door het genezingswonder dat plaatsvindt.
Ik wil je vertellen dat dit verhaal heel belangrijk is geweest voor een donker moment in mijn eigen leven. Er waren mij allerlei toezeggingen gedaan en daar kwam uiteindelijk niets van terecht. Ik had in geloof stappen gezet, maar zag de grond onder mijn voeten verdwijnen. Op een hotelkamer las ik dit verhaal en ik zei tegen Jezus: “Ik voel me nu een beetje als die blinde man. Mijn visie op de toekomst is weg en in plaats van een goede behandeling krijg ik speeksel in mijn ogen.”
Achteraf schaam ik me voor deze woorden, Johannes. Mijn situatie was niet werkelijk te vergelijken met die van deze blinde man. Maar ik heb wel een belangrijke levensles geleerd: Jezus geneest wanneer hij wil en hoe hij wil. Dichtbij, op afstand of… niet hier op aarde tijdens ons leven. Want dat is de praktijk nu en zo was het in jouw dagen: de meeste mensen moeten gewoon hun kruis dragen en doorleven met hun beperkingen. En wat mogen we dankbaar zijn voor doktoren en medische behandelingen in onze tijd – ik wil het nooit vanzelfsprekend gaan vinden, Johannes, het blijft wonderwerk!
De genezen man moest eerst met de veroordeling van de mensen leven. Nu hij door bovennatuurlijk ingrijpen van Jezus plotseling kon zien (hoe fantastisch en onwerkelijk zal dat voor hem geweest zijn!) moet hij zich ook nog eens gaan verantwoorden voor dit wonder. Hoe gek wil je het hebben?
De tempelbazen willen weten wat er precies gebeurd is en kunnen hun eigen ogen niet geloven. Ze hebben een probleem, want Jezus heeft iets geweldigs gedaan. Hoe kan iemand daar tegen zijn? Maar zij zijn woedend. Zelfs de ouders van de genezen man worden in de tempel op het matje geroepen. Was dit echt hun zoon, de man die z’n hele leven al blind was? Ik geniet van hun broodnuchtere antwoord: “Vraag het hem zelf. Wie weet het beter dan hij? Hij is oud en wijs genoeg.”
Nog steeds is deze opmerking raak. Iemand met een lichamelijke beperking is niet onmondig of dom of zo. Maar de ouders gaven hun antwoord ook uit angst, want de tempelbazen hadden volgelingen van Jezus de toegang ontzegd, zo vertel je ons.
Jezus is de perfecte Geneesheer. Hij geeft een specialistische behandeling (onorthodox, maar zeer effectief), laat de patiënt op verhaal komen en komt dan terug voor de nazorg. En dat doet hij waar enkele farizeeën bij stonden, hoe stoer is dat?
Je maakt wel duidelijk wat de onderliggende boodschap van dit verhaal is: wie is er hier nu eigenlijk blind en wie is er hier schuldig aan ongeloof en opstand tegen God?
Woorden om bij stil te staan (9:35-39)
Jezus hoorde wat er met de man gebeurd was. Hij zocht hem op en vroeg: ‘Gelooft u in de Mensenzoon?’ De man antwoordde: ‘Ik weet niet wie dat is, Here. Anders zou ik in Hem geloven.’ ‘Ik ben het,’ antwoordde Jezus. ‘Ja, Here,’ zei de man, ‘ik geloof.’ En hij knielde voor Jezus neer. Jezus zei: ‘Ik ben tot een oordeel in deze wereld gekomen: de blinden zullen zien en de zienden zullen blind worden.’
Een lied voor onderweg: Amazing Grace – Darlene Zschech
I one was lost but now I’m found, was blind but now I see..
Voel je vrij en reageer