search instagram arrow-down

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Follow Paul Abspoel on WordPress.com

Voel je vrij en reageer

Nella op Welke woorden stuur je de were…
Frans op Welke woorden stuur je de were…
fiktieverhalen op Uit het hart
Laura op Welke woorden stuur je de were…
Henny Bos Kalkman op Welke woorden stuur je de were…
Judith op Welke woorden stuur je de were…
McMelloW op Welke woorden stuur je de were…
Christien op Welke woorden stuur je de were…
Linda op Welke woorden stuur je de were…
fiktieverhalen op Slaapkwesties, valkuilen en ee…

Even een toelichting

Als creatief en mededeelzaam persoon ben ik blij met dit persoonlijke plekje op internet. Je kunt mij gemakkelijk vinden en benaderen via sociale media, maar de stroom van berichten trekt daar al snel aan je voorbij, soms moet je het geluk hebben dat de algoritmes jouw bijdrage bij anderen in beeld brengen en veel gaat natuurlijk onder in de massa. Op deze plek tref je woorden en beelden die ik graag persoonlijk wil bewaren en doorgeven – in de hoop dat anderen er ook iets aan hebben en ervan kunnen meegenieten.

Laat gerust van je horen – wie schrijft wil gelezen worden, dat geldt ook voor mij.

Hier staan ze allemaal

Meta

Gepeperde aarde

Tijdens onze vroege zomervakantie (we gingen al in juni) is onze voortuin stevig onder handen genomen. Meer dan dat: volledig op de schop. Alles kon er eenvoudig worden uitgespit – op het restant van een kaalgesnoeide en drastisch ingekorte reuzeconifeer na. Ooit hadden we aan weerskanten van de voortuin zo’n schattig klein conifeertje geplant. Het exemplaar bij het pad, aan de rechterzijde, heeft het niet lang gemaakt. Die andere, aan de linkerzijde, maakte het daarentegen extreem lang. Tot aan de dakgoot om precies te zijn en die bevindt zich bij ons op een meter of 8 hoogte, schat ik. De hoge boom was door wat onbeholpen snoeiwerk elk jaar een beetje lelijker geworden. Maar hij bleef groeien. De buurman had al gezegd dat hij best weg mocht, ze hadden er alleen maar schaduw en last van. Dus werd de conifeer met behulp van wat gezinsleden gereduceerd tot een meter stam en een wijdvertakt ondergronds netwerk van wortels die zich hadden ingegraven in de polderklei. Tijdens onze vakantie werd het restant vakbekwaam verwijderd door een bevriende hovenier uit mijn eigen wijdvertakte netwerk. Dat probleem was dus opgelost en tegen een redelijk tarief zou hij met zijn tuinteam de rest van de rotklus klaren terwijl wij ons ergens op een strandje van Malta in de weldadige warmte van de zomerzon zouden rondwentelen. Ik weet het, het is ongelijk verdeeld in deze wereld.

Via WhatsApp werden we op de hoogte gehouden van het wel en wee van ons gezin, maar ook van de metamorfose die onze voortuin onderging. Mijn poging tot bestrating werd genadeloos ongedaan gemaakt, de oude straatklinkers werden afgevoerd en de tuin werd voorzien van fraaie nieuwe tegels en een strakke stenen plantenbak in stemmig grijs. Het werd echt een enorme upgrade – en dat was hard nodig ook, want vlak naast ons hadden de nieuwe buren hun tuin op niveau 2017 gebracht terwijl die van ons nog in de eindtijd van het vorige millennium was blijven steken.

Toen we na de vakantie bij ons huis aankwamen, was het heel prettig thuiskomen. Uiteraard omdat we onze kinderen weer zagen, maar ook omdat de voortuin zo mooi en modern geworden was. Wij hoefden er alleen nog wat groen met bloemetjes in te planten om er echt een tuin van te maken. Dat deden we zonder plan vooraf, want je kunt niet overal verstand van hebben. Het ziet er evenwel fraai en fleurig uit en de meeste planten hebben de zomer glansrijk doorstaan – alleen de heidestruikjes maken een vroege herfst door en veranderen mogelijk snel in compost.

Niets aan de hand verder. Ware het niet dat er met enige regelmaat flink in onze nieuwe plantenbak gespit en gescheten werd. Niet door een jaloerse buurman, maar door een behoeftig huisdier. Er loopt regelmatig een grijze kat bij ons over de stoep en die heb ik ook al eens met grote verschrikte ogen in mijn voortuin betrapt. Op scheterdaad. Precies op de plek waar regelmatig in de aarde gespit wordt en waar stank voor dank wordt achtergelaten. Ik schep die verse keutels er mopperend uit en hark de aarde terug, maar hoop ondertussen natuurlijk dat die kat gewoon thuis netjes in z’n eigen bak gaat poepen. Maar nee, mijn mooie voortuin is kennelijk aantrekkelijker – of dichterbij.

De buurman aan de linkerzijde heeft al eens een emmer water richting de schijtende kat geworpen, maar ik vrees dat wij nou net een exemplaar getroffen hebben dat dit wel kan waarderen. Lekker poepen in een vers aangeharkte tuin en dan nog een frisse douche bij wijze van toegift. Kennelijk zijn er zwaardere bestrijdingsmiddelen nodig, maar wat kun je doen als je eigenlijk gek op katten bent én zuinig wilt zijn op je nieuwe voortuintje? Zie hier mijn dilemma.

Wat doet een mens wanneer hij ten einde raad is? Hij gaat googelen. En dat deed ik dus ook. Er zijn natuurlijk volksstammen die worstelen met dezelfde shit, dus ik vond troost in de herkenning en kon bovendien algauw kiezen uit een aantal natuurlijke middelen om een schijtende kat uit de tuin te weren. Ik koos voor de diervriendelijke pepermethode, een variatie op de aloude tactiek van de verschroeide aarde. ‘De kat vindt het niet leuk als er peper in de tuin zit. Het kan geen kwaad, hij moet – net als wij – alleen even niezen. Maar daarna zal hij deze plek mijden.’ Dit leek me het beste wapen in de strijd: een peperpotje tegen het poepen.

Ik had op de favoriete plek van de kat ruimhartig met witte peper gestrooid. Ondertussen keek ik wat om me heen. Niet omdat ik bang voor agressieve katten of buren ben, wel omdat het een rare indruk moet maken wanneer iemand de tuinaarde aan het inpeperen is. Maar goed, als je in de winter kwistig met zout mag strooien, dan is dit ook niet zo heel erg raar.

Tevreden kroop ik die nacht onder het dekbed. Gerust viel ik in slaap, in de wetenschap dat mijn voortuin afdoende beschermd was. En toen werd ik wakker. Ik dacht aan de tuinaarde, aan die onnozele grijze kat en aan die scherpe witte peper. In gedachten zag ik het arme dier proestend tussen mijn plantjes staan, pootjes in de peper en overvallen door een plotselinge, hevige niesbui. Dan liever een emmer koud water! Ik voelde mij een dierenbeul. En ik bleef woelend aan die kat denken. Hoe hij ergens buiten het pepergebied zou proberen zijn poezelige pootjes schoon te likken. Nu was niet alleen zijn neusje zwaar geprikkeld, maar ook zijn kleine tongetje. Zou hij ooit zoiets scherps geproefd hebben? Ik draaide me piekerend om. Misschien moest ik naar buiten gaan om die peper genadig weg te harken.

Maar dat deed ik niet. Ik viel weer in slaap met een bezwaard geweten. De dag daarna was ik mijn sentimentele gevoel volledig kwijt en won de liefde voor mijn nieuwe voortuin het met gemak van mijn medelijden met een kakkende kat. Dus de peper is gebleven en wordt na elke regenbui volgens vast recept aan de aarde toegevoegd. Steeds op dezelfde plaats, want kennelijk heeft het schijtdier maar één plekje uitgekozen om zijn behoefte te doen. Het lijkt erop dat mijn natuurlijke bestrijdingsmethode z’n werk doet. De kat zag ik gisteren langs de auto’s sluipen. Hij bleef staan en keek me met grote ogen aan. Ik keek met scherpe blik terug en peperde het hem ook verbaal nog even in: ‘Ga maar lekker thuis poepen, vriend.’

Gepeperde voortuin

Geef een reactie
Your email address will not be published. Required fields are marked *

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: