search instagram arrow-down

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Follow Paul Abspoel on WordPress.com

Voel je vrij en reageer

Nella op Welke woorden stuur je de were…
Frans op Welke woorden stuur je de were…
fiktieverhalen op Uit het hart
Laura op Welke woorden stuur je de were…
Henny Bos Kalkman op Welke woorden stuur je de were…
Judith op Welke woorden stuur je de were…
McMelloW op Welke woorden stuur je de were…
Christien op Welke woorden stuur je de were…
Linda op Welke woorden stuur je de were…
fiktieverhalen op Slaapkwesties, valkuilen en ee…

Even een toelichting

Als creatief en mededeelzaam persoon ben ik blij met dit persoonlijke plekje op internet. Je kunt mij gemakkelijk vinden en benaderen via sociale media, maar de stroom van berichten trekt daar al snel aan je voorbij, soms moet je het geluk hebben dat de algoritmes jouw bijdrage bij anderen in beeld brengen en veel gaat natuurlijk onder in de massa. Op deze plek tref je woorden en beelden die ik graag persoonlijk wil bewaren en doorgeven – in de hoop dat anderen er ook iets aan hebben en ervan kunnen meegenieten.

Laat gerust van je horen – wie schrijft wil gelezen worden, dat geldt ook voor mij.

Hier staan ze allemaal

Meta

Regisseur van je eigen leven: ‘Het licht dat we verloren’, Jill Santopolo

Het licht dat we verlorenOnlangs mocht ik boekentips geven op radio 5. Dat vind ik heel leuk om te doen, ook omdat het een extra motivatie is voor mij om wat boekhandels af te grazen en uitgaven te lezen die ik anders door tijdgebrek en werkdruk op de stapel laat liggen. Je kunt in zo’n uitzending maar weinig tijd besteden aan elk gelezen boek, dus ik deel nu het een en ander op mijn eigen Vrijplaats. Ik trap af met ‘Het licht dat we verloren’ van de Amerikaanse auteur Jill Santopolo – een succesvol romandebuut én een boek dat tot nadenken stemt…

Als beroepslezer gaan er heel wat manuscripten en boekuitgaven over mijn bureau. Omdat ik in de christelijke bubbel werk, zijn die boeken vaak braaf en positief. Niets mis mee, maar als je niet oppast zou je bijna gaan geloven dat dit de wereld is waarin we leven… Maar ik leef in dezelfde wereld als iedereen en het is zeker niet zo dat ik of mijn medegelovigen alles op orde hebben. Relaties lopen stuk. De gezondheid wordt aangetast – mensen vertrekken of overlijden. Carrières gaan als een raket omhoog, maar kunnen ook als een komeet brandend door de dampkring vallen. Maakt het dan wat uit of je wel of niet in God gelooft?

Boekentips – min of meer

‘Vijf boeken die je moet meenemen in je vakantiekoffer’, zo zei de presentatrice. Ik moest dat gelijk wat bijstellen, want ik wil niemand vertellen wat je ‘moet’ lezen en vaak heb ik ook belangstelling of waardering voor een boek van iemand die totaal anders in het leven staat dan ik. Je kunt ervoor kiezen dergelijke boeken uit een vorm van zelfbescherming niet te lezen (soms pak je ze desondanks van de stapel en lees je ze toch maar uit…), zoals je ervoor kunt kiezen bepaalde films niet (af) te zien. Je leert vaak het meest van de verhalen die schuren en protest oproepen. Dit is voor mij zo’n verhaal.

Jill Santopolo maakte dit jaar een opvallend literair debuut met ‘The Light We Lost’. Prometheus bracht de vertaling op de Nederlandstalige markt uit als ‘Het licht dat we verloren’. De roman is een bestseller in de VS en ook in ons eigen land vliegt het boek over de toonbank. Waarom is dit verhaal zo aantrekkelijk?

Soms schiet een uitgever raak met een titel en een cover – het effect daarvan is niet onbelangrijk. Dit boek wordt aangeprezen als ‘een hartverscheurend liefdesverhaal over verborgen verlangens, over de vraag hoeveel we moeten opofferen voor de liefde, over wat échte liefde is en hoe die ons compleet door de vingers kan glippen, zelfs als we denken dat we haar stevig vasthebben.’ Ik kan me voorstellen dat deze woorden genoeg aankoopimpulsen geven. Het lijkt me een boek dat vooral de vrouwelijke lezer aanspreekt, maar ik vond het wel uitdagend om me – ook vanuit professioneel perspectief – eens in deze leefwereld te verplaatsen.

Liefdesverhaal tegen een donkere achtergrond

Het verhaal begint ten tijde van de terreuraanslagen op 11 september 2001. Tegen de achtergrond van vallende torens bloeit er iets moois op tussen Lucy en Gabe. Op zich een spannend gegeven: de wereld stort in, maar de liefde vindt toch wegen om mensen bij elkaar te brengen. Alles lijkt voorbestemd – een woord dat ook op de achterkant van het boek gebruikt wordt – en je verwacht dat deze succesvolle, jonge mensen samen een stralende toekomst tegemoet gaan. Maar dan haalt de auteur daar genadeloos een streep door, want dat doen romanschrijvers: ze bouwen een universum op en laten dan een stralende zon exploderen. Gabe kiest niet voor de liefde maar voor zijn carrière als fotojournalist. Hij trekt zijn eigen plan en vertrekt naar het Midden-Oosten – een omgeving die nooit echt vredig is, maar die in de jaren die volgen alleen maar een steeds heviger strijdtoneel vormt. Lucy (haar naam verwijst naar ‘licht’…) blijft achter en pakt haar eigen leven op.

Het komt in alle tijden voor dat liefdes niet tot bloei komen, maar in deze tijd is het heel eenvoudig om toch met elkaar verbonden te blijven dankzij mobiele telefonie, email en sociale media. De afstand is groot, maar er blijft altijd een draadloze lijn tussen de twee personages. Ook nadat Lucy een nieuwe, ‘veilige’ liefde gevonden heeft en haar eigen loopbaan volgt, blijft er contact. Veelzeggende passage: “Het was gewoon even een snel antwoord dat je haastig had verstuurd. Ik had twee maanden voor niets gewacht. Ik maakte een map aan in mijn Gmail die ik Catastrofe noemde en bewaarde daar al je mails, inclusief die. Ik schreef niet terug. Ik wist dat ik het niet zou kunnen verdragen als je me weer zou negeren.” (Blz. 75)

Afwezig aanwezig

Gabe, de grote afwezige, is geen moment uit hoofd en hart van Lucy. Ook als ze op huwelijksreis is met Darren kan ze moeilijk haar werk loslaten en haar verloren liefde vergeten: “Ik stopte midden in een woord. ‘Mijn werk is belangrijk voor me,’ zei ik. Maar toen herinnerde ik me wat ik had gezegd toen jij belde. ‘Maar jij en ik zijn belangrijker. Ik zal ophouden.’ En ik hield op. Maar ik moest wel steeds denken aan hoe het zou zijn geweest als jij en ik die reis hadden gemaakt. Jij zou me niet hebben gevraagd om op te houden – jij zou ook dingen hebben voorgesteld. En we zouden allebei hebben gezocht naar geweldige kansen om foto’s te maken, net zoals toen we ons in Manhattan de gaten in de sneakers liepen.” (Blz. 162)

Lucy richt zich in dit boek steeds tot Gabe. En de afwezige komt in de loop van het verhaal steeds dichterbij – tot er een ontmoeting plaatsvindt en de levens zich weer met elkaar verstrengelen (spoiler alert – maar ik verklap niet te veel!):

“‘Je bent gelukkig,’ zei je. ‘Met Darren, met Violet, je bent gelukkig.’
‘Ja, ik ben gelukkig,’ zei ik en ik meende het.
‘Ik ben blij dat tenminste een van ons gelukkig is.’ Je zei het niet sarcastisch of boosaardig. Gewoon een beetje weemoedig.
‘Jij bent degene die is weggegaan,’ hielp ik je herinneren.
‘Ik weet het,’ zei je. ‘Ik heb veel nagedacht over de keuzes die ik heb gemaakt. Waarom ik ze heb gemaakt. Hoe mijn leven er had uitgezien als ik ze niet zou hebben gemaakt.
Het leek heel beschouwend, alsof je de inventaris van je leven opmaakte, het beoordeelde.
‘Denk je dat je gelukkiger zou zijn geweest?’ waagde ik. ‘Als je was gebleven?’
Je zuchtte. ‘Ik weet het niet,’ zei je. ‘Er zijn dagen dat ik denk dat ik gelukkiger zou zijn geweest als ik nooit aan fotografie was begonnen. Ik denk dat ik trots was op mijn bezigheid, trots dat ik iets belangrijks deed. Maar het was erg zwaar. Het heeft veel van me gevergd. Maar… ik weet het niet. Misschien ben ik iemand die nooit gelukkig wordt. Misschien ben ik niet de man die ik hoopte te zijn.'”(Blz. 189/190)

Is er sprake van voorbestemming?

Bestaat er wel een man die ik hoopte te zijn? Je bent wie je bent door de keuzes die je maakt en door de omstandigheden en gebeurtenissen waar je aan wordt blootgesteld. Je bent voor een belangrijk deel ook afhankelijk van de keuzes die anderen maken. Je kunt verliefd worden tegen een achtergrond van omvallende torens. Je kunt prijzen winnen voor reportages die je maakt in oorlogsgebied. Je kunt het leven van een ander volgen en jaloers worden op het feit dat hij wél een eigen Wikipedia-pagina heeft. Maar je bent wie je bent en je leeft het leven dat je leeft. Is er sprake van voorbestemming?

Wat mij opvalt in dit met vaart geschreven boek, is dat er achter het oppervlakkige verhaal (met een wel erg geconstrueerd plot) een aantal serieuze vragen aan de orde komt. Het universum wordt af en toe aangeroepen (er komt geen antwoord) en de hoofdpersonen leveren zich met passie aan elkaar uit (expliciete passages – de preutse lezer zij gewaarschuwd), maar na al het vuurwerk blijven zij achter in een koud heelal met uitgedoofde dromen.

Paralleluniversum

Dit boek heeft mij opnieuw laten zien hoe het is om de regisseur van je eigen leven te zijn. Het lijkt me doodvermoeiend, frustrerend en eenzaam. Als gelovige heb ik een ander perspectief op het leven. Het is niet zo dat je dan niet in ‘what if’ scenario’s denkt, maar het is in elk geval een geruststellend idee dat je niet volledig aan je lot, tijd en toeval bent overgeleverd. Als het goed is – en het is helaas lang niet altijd goed – heb je als gelovige ook eerder de neiging tot tevredenheid. Niet alles hoeft ‘hier en nu’ gerealiseerd te worden en sommige vragen blijven onbeantwoord, maar als je leeft vanuit de diepe overtuiging dat je bestaan gewenst is en dat Iemand zich bekommert om jouw lot, zul je waarschijnlijk minder de neiging tot vergelijken hebben. Niet met het leven, het geluk, of het lot van anderen, maar evenmin met het denkbeeldige leven van jezelf in een paralleluniversum.

“Toen ik wakker werd, nadat ik een paar uur in slaap was gevallen, lag ik onder een deken van de luchtvaartmaatschappij.
‘Dank u,’ zei ik tegen haar.
‘God heeft een plan,’ zei ze. ‘En een kind is altijd een zegen.’
Ik weet niet of ik het één noch het ander geloof. Ik vind het geen prettig idee dat God dit plan voor je had. En ik kan me gevallen voorstellen waar een kind misschien geen zegen is. Maar haar geloof en haar kalme kracht helpen wel. Er zit een vredig element in het geloof dat we alleen maar acteurs zijn op een podium, die slechts verhalen uitbeelden die door iemand anders worden geregisseerd.
Is dit Gods plan, Gabe? Bestaat er wel een god?” (Blz. 263)

Het licht dat wij verloren, Jill Santopolo – uitgave Prometheus 2017

The Light We Lost

Geef een reactie
Your email address will not be published. Required fields are marked *

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: